Restauratie en verduurzamen monument

Voor het woonhuis Rapenburg 49 in Leiden, een Rijksmonument, hebben wij een ontwerp gemaakt voor het verduurzamen en tevens versterken van de historische en ruimtelijke kwaliteiten van het pand. Het woonhuis bestaat uit een voor- en achterhuis. De stijlkamers in het voorhuis zijn in oude luister hersteld. Oorspronkelijke details en kleuren zijn teruggebracht en er is een nieuwe wandbespanning aangebracht. De familie woont zelf met twee kinderen in het achterhuis. Wens was om het achterhuis zo duurzaam mogelijk te renoveren. Met onder meer het aanbrengen van een dampopen isolatiesysteem, een nieuwe geïsoleerde beganegrondvloer en een luchtwarmtepomp is het gelukt het achterhuis ‘van het gas af’ te halen. Tijdens de renovatie van het achterhuis is de indeling verbeterd en is een dakkapel geplaatst en enkele dakvensters. De verbinding op de begane grond tussen keuken en woon/eetkamer en op de verdieping tussen slaapkamer en bibliotheek is teruggebracht. Bij de ingrepen is steeds gezocht naar een balans tussen moderne techniek en historisch besef.

Het geheel is gerealiseerd in nauwe samenspraak met opdrachtgever, restauratiebedrijf Burgy en Erfgoed Leiden.

 

fotograaf:  Arjen Veldt

Status gerealiseerd (2021)
Architecten Ronald Knappers, Krijn Tabbers
Opdrachtgever(s) particulier
Gerelateerd

In 1999 heeft ons bureau het stedenbouwkundige plan gemaakt voor een nieuwe centrale as in de wijk Holtenbroek. Later hebben we ook opdracht gekregen om een nieuw winkelcentrum (ca. 5.500 m²) met daarboven twee woongebouwen te ontwerpen. Een bestaand woongebouw met onderliggende winkels is in het plan opgenomen.

Het winkelcentrum ligt op het snijpunt van de twee hoofdassen van de wijk. Het opent zich middels een ovaal plein naar de aanwezige grote waterpartij en het park. De woongebouwen omzomen het winkelcentrum in een U-vorm. In het ene gebouw zijn 32 studenteneenheden ondergebracht en in het andere 68 kleine koopappartementen. Deze worden ontsloten vanuit een atrium met een glaskap en diverse gemeenschappelijke ontmoetingsruimten. De bewoners zijn vooral alleenstaanden of starters zonder kinderen. Gezamenlijk kunnen zij gebruik maken van een sauna en een uitkragend zwembad op de bovenste verdieping met een spectaculair uitzicht over de stad.

De ‘Villa van Bergenlaan’ ligt in Rijksdorp te Wassenaar, aan de rand van een Natura 2000 gebied.
Gesitueerd op een duinrand kijkt het uit over natuurgebied Lentevreugd. Het is een ingetogen villa die voor een deel in het duin ingegraven is en zo onderdeel wordt van het landschap. Energie voor het huis wordt opgewekt door de zon en de lucht. Omdat de villa voor een deel ondergronds ligt is er een hybride constructie van beton en hout gemaakt. De materialen, zoals inlands eiken, Fraké, beton en geanodiseerd aluminium tonen hun ware aard; het materiaal wordt niet verhuld en krijgt soms een bijzondere bewerking, zoals de houten lattenstructuur in het beton. De buitengevel is één à twee verdiepingen hoog en in hout uitgevoerd, met verholen kozijnen.
Kenmerkend is de beleving van licht, ruimte, materialiteit en verbondenheid met de omgeving. De villa is opgebouwd als een sequentie van separaat te onderscheiden ruimten, een “Raumplan”.

In het woonzorgcomplex Laurens Oudelandse Hof in Berkel en Rodenrijs zijn zorg, wonen en aanvullende dienstverlening zorgvuldig op elkaar afgestemd.

Het totale programma van het woonzorgcomplex en de daarbij behorende parkeerdruk hebben geleid tot dubbel grondgebruik. Verhoogde daktuinen, grasdaken, hoven en terrassen compenseren het gebrek aan "groene ruimte" op de begane grond. In het gebouw zijn drie functies ondergebracht; een psychiatrische instelling met 36 bedden, een verpleeghuis met 176 bedden en 67 senioren(huur)appartementen, waarvan 14 geschikt voor meervoudig gehandicapten. Ondanks de grootte van het gebouw zijn deze functies duidelijk herkenbaar en wordt het complex door de onderverdeling in een aantal hoven als kleinschalig ervaren.

De seniorenwoningen zijn gesitueerd rond een hof. Het psychiatrische deel heeft zijn eigen half open hof en ook het relatief grote verpleegtehuis is onderverdeeld in een aantal hoven, waarmee voor de bewoners een kleine, veilige leefomgeving is gegenereerd.

Een groot complex heeft als voordeel dat het over diverse algemene voorzieningen kan beschikken. Zo zijn in het gebouw een kinderdagverblijf, een restaurant, een supermarkt en een fitness/fysiotherapieruimte opgenomen, die eveneens door mensen van buiten kunnen worden gebruikt. Het gebouw vervult hiermee een belangrijke functie voor de wijk. De diverse verkeersstromen, wel en niet openbaar toegankelijk, zijn goed en helder van elkaar gescheiden.

De menging van functies in het gebouw zorgt voor de nodige levendigheid. De bewoners zijn niet geïsoleerd maar blijven deel uitmaken van de maatschappij. Het complex is om die reden in een woonwijk, nabij het centrum van Berkel en Rodenrijs gesitueerd.

In 2014 is in het kader van de Herijkingsagenda van de TU Delft de huisvesting voor het TU Delft Process Technology Institute gerealiseerd. In deze nieuwe organisatie zijn diverse leerstoelen binnen de afdelingen van zowel de faculteit 3mE als de faculteit TNW ondergebracht.  De huisvesting is gerealiseerd binnen de bestaande hal 3 van de faculteit 3mE, een grote industriële hal met sheddaken, en in de aangrenzende kantoorvleugel en een recente uitbreiding aan de Leeghwaterstraat. De totale herinrichting beslaat ca. 3600 m2; circa 2.800 m2 labruimtes, 400 m2 kantoor- en vergaderruimtes, 120 m2 studie- en onderwijsruimtes, en 280 m2 algemene voorzieningen.

In de nieuwe huisvesting profileert het TU Delft Process Technology Institute zich op het gebied van 3 toepassingsgebieden rondom procestechnologie en stromingsleer. Het onderzoek binnen deze gebieden heeft veelal een duurzame kant: het gaat bijvoorbeeld om energiezuinige productieprocessen, afvalverwerking, waterzuivering, en alternatieven voor schaarse grondstoffen. Onderwerpen die niet alleen belangrijk zijn voor de industrie, maar voor de hele samenleving. In de loop der jaren had de organisatie op verschillende plekken binnen de TU een scala aan proefopstellingen verzameld, waarvan eerst uitgezocht moest worden welke nog relevant, toekomstbestendig, veelbelovend, of vergeten en mislukt waren. Een bijzonder complexe puzzel, waarbij de nieuwe huisvesting ook nog eens ruimte moet bieden voor de experimenten van de toekomst. Met een heldere organisatie van ruimtes en installatietechniek, met oog voor brandveiligheid, en met veel geduld is de hele operatie tot een succes gebracht.  De nieuwe huisvesting bevordert de samenwerking tussen de betrokken afdelingen, en zorgt ervoor dat het onderzoek ook zichtbaar is voor de hele gemeenschap. De verschillende afdelingen maken gebruik van gedeelde onderzoeksfaciliteiten, een gemeenschappelijk macrolab, waar grote proefopstellingen kunnen worden gebouwd, om de haalbaarheid van industriële toepassingen te testen. Kantoor- en vergaderruimtes zijn geclusterd in de aangrenzende vleugels, die een directe relatie hebben met de onderzoeksruimte. Hier hebben de afdelingen hun eigen werkplekconcept gerealiseerd. Ook is er een aantal studentenwerkplekken gecreëerd binnen de labomgeving, het zogeheten ‘kraaiennest’.

De bouwkundige ingrepen zijn ruim binnen het gestelde budget gerealiseerd. De bijzondere ruimtelijkheid van de oorspronkelijke industriehal geeft het plan extra waarde. Bij verbouwingen binnen een bestaand complex blijkt de impact van het aanpassen van de installaties niet te onderschatten, zowel ruimtelijk als financieel. Dat geldt zeker voor een labomgeving als deze. Veel aandacht is daarom uitgegaan naar het integreren van de installaties in het bouwkundig ontwerp.

Het instituut heeft met de nieuwe huisvesting een herkenbare, transparante en bovenal doelmatige leer- en werkomgeving gekregen. Het gebouw draagt bij aan de aantrekkingskracht van het instituut op studenten. In het nieuwe instituut werken ca. 80 medewerkers en 35 studenten. Daarnaast zijn ca. 100 PhD studenten werkzaam binnen het instituut.