Renovatie en uitbreiding meubelplein Ekkersrijt, Eindhoven

Meubelplein Ekkersrijt bevindt zich aan de noordzijde van Eindhoven, direct aan de A50. Het bestaande winkelcentrum (21.000 m2 bvo) is in 2013 ingrijpend gerenoveerd en uitgebreid met 24.000 m2 bvo.

Een eigen gezicht

Het bestaande meubelplein was verouderd en bestond uit losse, introverte gebouwen. De etalages en entrees van de winkels waren gericht naar het binnenplein. Naar buiten waren alleen achterkanten te zien. Bij de renovatie en uitbreiding hebben beleving en verblijf centraal gestaan. Het nieuwe complex heeft een eigentijdse, moderne uitstraling gekregen. Oude, losse bouwdelen en nieuwbouw zijn samengesmeed tot een herkenbaar, homogeen geheel, dat goed zichtbaar is vanaf de openbare weg. Daarnaast is een aangenaam verblijfsklimaat voor bezoekers gecreëerd. De winkels zijn tijdens deze grootscheepse operatie open gebleven. Door intensief overleg en afstemming tussen ontwerpteam, huurders en uitvoering is de overlast voor de zittende huurders tot een minimum beperkt is gebleven. Met deze transformatie is meubelplein Ekkersrijt weer toekomstbesteding gemaakt.

Renovatie

De bestaande winkels hebben nieuwe gevels gekregen, waardoor ze weer voldoen aan de eisen van deze tijd en qua uitstraling één geheel vormen met de nieuwbouw. Naast de gevels heeft ook de dakconstructie een grondige upgrade ondergaan en zijn installaties (o.a. sprinklerinstallatie) vervangen. Reclames zijn zorgvuldig ingepast en nergens overheersend.

Nieuwbouw

De nieuwbouw heeft een karakteristieke gevel van metaal met een bijzonder, lasergesneden patroon. Terugliggend in de voorgevel zijn de lichtreclames en hellingbanen naar het parkeerdek (500 plaatsen) opgenomen. De beweging van de auto’s op de hellingbanen zorgt op een natuurlijke manier voor extra dynamiek.

Op het voormalige binnenterrein is een vrijstaand ovaalvormig nieuw winkelgebouw gemaakt. Dit gebouw vormt het hart van het nieuwe meubelplein en is door zijn bijzondere vormgeving een icoon naar de snelweg en de omgeving.  Vanaf het parkeerdek bereiken bezoekers via loopbruggen het hart en gaan ze met liften en roltrappen naar de open en overdekte winkelpromenades op de lagergelegen niveaus in het complex. Winkels op de verdieping hebben hierdoor net zoveel aanloop als op de begane grond. Door het ovaalvormige gebouw heeft het winkelgebied op maaiveld een aantrekkelijke maat met aan twee kanten winkels.

Status gerealiseerd 2013
Architecten Gerrit-Jan van Rijswijk, Fons Verheijen
Medewerkers Tijmen Versluis
Gerelateerd

Een voormalige showroom voor auto’s is geheel verbouwd en geschikt gemaakt voor de Regionale Ambulance Voorziening.  Aan de zijde van de Vondellaan heeft de RAV een eigen gezicht gekregen door hier een klein museum voor antieke ambulances in te richten, aangevuld met een informatie- en presentatieruimte op de verdieping. Achter het museum ligt de ambulance-remise, gescheiden van het museum door een transparante wand. In de remise is alles gericht op een zo snel mogelijke uitruk zonder verstoringen, met een geheel eigen, gesloten routing. Het bestaande pand is met 2 verdiepingen uitgebreid. Hier bevinden zich de kantoren en een hightech opleidingscentrum. Deze ruimtes richten zich, samen met de uitrukdienst op de begane grond, op het spoor. Ook de spoorzijde, waar dagelijks vele reizigers zicht hebben op het gebouw, is als voorkant behandeld. Om glasbewassing mogelijk te maken is de nieuwbouw rondom voorzien van balkons. Door deze telkens subtiel verdraaid aan te brengen spelen zij samen met de geïntegreerde aluminium buitenzonwering een rol in het beperken van de warmteontwikkeling door zoninstraling.

 

fotografie: Roos Aldershoff ©

Cruquius Plaza, bij Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer is het resultaat van een prijsvraag die in 1999 in opdracht van de gemeente Haarlemmermeer werd uitgeschreven om het winkelen in Cruquius een impuls te geven. De prijsvraag werd gewonnen door ING Vastgoed en VVKH. De bestaande woonboulevard is geheel gerenoveerd en aangepast aan de eisen van deze tijd. Daarnaast is 30.000 m2 winkeloppervlak en 25.000 m2 bedrijfsruimte toegevoegd. Op de locatie is een flexibel gebouw, met name voor wat betreft de winkels, en een waterpartij met plein bij de winkelentrees gerealiseerd. De uitkragende luifel biedt een beschut en aangenaam winkelklimaat. De bevoorrading vindt plaats vanuit twee expeditie-entrees aan de bedrijvenzijde. Via de intern gelegen expeditiegangen op de begane grond en verdieping kunnen de winkels vrij van het winkelend publiek bevoorraad worden.  De 30 meter hoge Cruquiustoren, het lichtende middelpunt van het plein, vormt een duidelijk herkenningspunt van de woonboulevard.

Op de kop van het Plantsoen in Leiden is in een gemeentelijk monument een complex van zes appartementen gerealiseerd.
Komend vanuit de oostelijke richting vormt deze locatie een opvallende entree van de binnenstad. De appartementen van circa 150 m2 zijn van alle luxe en comfort voorzien, zoals een eigen inpandige garage, ruime dakterrassen en een lift, terwijl de historische aanblik en waarde van de gebouwen behouden zijn gebleven. Bij de herontwikkeling is eveneens ingezet op duurzaamheid; energielabel A. Buitengevel, raampartijen en dak zijn aanvullend geïsoleerd. De woningen hebben vloerverwarming en op het dak zijn zonnepanelen voorzien.

Het gemeentelijk monument aan het Plantsoen 1-3  is verdeeld over drie bouwlagen en een kelder. Het pand op nummer 1 was oorspronkelijk een vrijstaand huis, nummer 3 maakte onderdeel uit van een blok van 3 huizen. Beide gebouwen dateren uit 1875 en zijn in 1957 met elkaar verbonden (1a) en omgebouwd tot één groot verpleeghuis. Bij deze functiewijziging zijn de oorspronkelijke kwaliteiten grotendeels verloren gegaan. De ronde aanbouw bij nummer 1 dateert van 1993.

In de nieuwe opzet met 6 appartementen zijn de monumenten door restauratieaannemer Burgy uit Leiden in oude luister hersteld.
De gevel van het tussenliggende gebouw is vernieuwd en qua uitstraling in lijn gebracht met de monumenten. De bestaande gevel van de ronde aanbouw is afgewerkt met een bronskleurige gevelbeplating, een ‘voile’ met een bladermotief. Dit patroon is geïnspireerd op de bladermotieven en decoraties uit de 19e eeuw, die nog op diverse plaatsen langs het Plantsoen te vinden zijn. De ronding met ‘voile’ is een bijzonder herkenningspunt in de binnenstad.

Elk appartement heeft zowel ruimtes in het monumentale deel als in de vernieuwde delen. Het interieur van de monumentale bouwdelen is van passende details voorzien om het historische karakter zoveel mogelijk terug te brengen. Dit specifieke onderdeel is door Verlaan & Bouwstra architecten uit Vianen verzorgd.

Inpandig hadden de kopers veel keuzevrijheid; zowel een nog rijkere aankleding met bijvoorbeeld wandbespanning, lambrisering en en-suite indeling als een strakke, moderne afwerking en indeling was mogelijk. Elk appartement is uniek, heeft een eigen indeling en eigen karakter. Alleen het uitzicht is voor alle appartementen gelijk; ze kijken alle uit op het prachtige monumentale stadspark het Plantsoen aan de Singel.

In juli 2018 zijn de appartementen opgeleverd.

vogelvlucht gevelbouwer

In 2014 is in het kader van de Herijkingsagenda van de TU Delft de huisvesting voor het TU Delft Process Technology Institute gerealiseerd. In deze nieuwe organisatie zijn diverse leerstoelen binnen de afdelingen van zowel de faculteit 3mE als de faculteit TNW ondergebracht.  De huisvesting is gerealiseerd binnen de bestaande hal 3 van de faculteit 3mE, een grote industriële hal met sheddaken, en in de aangrenzende kantoorvleugel en een recente uitbreiding aan de Leeghwaterstraat. De totale herinrichting beslaat ca. 3600 m2; circa 2.800 m2 labruimtes, 400 m2 kantoor- en vergaderruimtes, 120 m2 studie- en onderwijsruimtes, en 280 m2 algemene voorzieningen.

In de nieuwe huisvesting profileert het TU Delft Process Technology Institute zich op het gebied van 3 toepassingsgebieden rondom procestechnologie en stromingsleer. Het onderzoek binnen deze gebieden heeft veelal een duurzame kant: het gaat bijvoorbeeld om energiezuinige productieprocessen, afvalverwerking, waterzuivering, en alternatieven voor schaarse grondstoffen. Onderwerpen die niet alleen belangrijk zijn voor de industrie, maar voor de hele samenleving. In de loop der jaren had de organisatie op verschillende plekken binnen de TU een scala aan proefopstellingen verzameld, waarvan eerst uitgezocht moest worden welke nog relevant, toekomstbestendig, veelbelovend, of vergeten en mislukt waren. Een bijzonder complexe puzzel, waarbij de nieuwe huisvesting ook nog eens ruimte moet bieden voor de experimenten van de toekomst. Met een heldere organisatie van ruimtes en installatietechniek, met oog voor brandveiligheid, en met veel geduld is de hele operatie tot een succes gebracht.  De nieuwe huisvesting bevordert de samenwerking tussen de betrokken afdelingen, en zorgt ervoor dat het onderzoek ook zichtbaar is voor de hele gemeenschap. De verschillende afdelingen maken gebruik van gedeelde onderzoeksfaciliteiten, een gemeenschappelijk macrolab, waar grote proefopstellingen kunnen worden gebouwd, om de haalbaarheid van industriële toepassingen te testen. Kantoor- en vergaderruimtes zijn geclusterd in de aangrenzende vleugels, die een directe relatie hebben met de onderzoeksruimte. Hier hebben de afdelingen hun eigen werkplekconcept gerealiseerd. Ook is er een aantal studentenwerkplekken gecreëerd binnen de labomgeving, het zogeheten ‘kraaiennest’.

De bouwkundige ingrepen zijn ruim binnen het gestelde budget gerealiseerd. De bijzondere ruimtelijkheid van de oorspronkelijke industriehal geeft het plan extra waarde. Bij verbouwingen binnen een bestaand complex blijkt de impact van het aanpassen van de installaties niet te onderschatten, zowel ruimtelijk als financieel. Dat geldt zeker voor een labomgeving als deze. Veel aandacht is daarom uitgegaan naar het integreren van de installaties in het bouwkundig ontwerp.

Het instituut heeft met de nieuwe huisvesting een herkenbare, transparante en bovenal doelmatige leer- en werkomgeving gekregen. Het gebouw draagt bij aan de aantrekkingskracht van het instituut op studenten. In het nieuwe instituut werken ca. 80 medewerkers en 35 studenten. Daarnaast zijn ca. 100 PhD studenten werkzaam binnen het instituut.