In nauwe samenspraak met de gemeente Leiden heeft VVKH een stedenbouwkundig plan gemaakt voor de herontwikkeling van een tweetal kantoorgebouwen aan de Verbeekstraat in Leiden. Wat nu een versteende omgeving is waarin de auto domineert moet straks een bruisende, groene en mensvriendelijke woonwijk worden. In lijn met de hoogbouwvisie van de gemeente wordt langs de Plesmanlaan een aantal volumes toegevoegd die een nieuw stadsaanzicht vormen langs deze toegangsweg van de stad. Samen met de ontwikkelingen op de Bio Science Campus aan de overzijde van de weg ontstaat hier een nieuw en innovatief stadsdeel.
| Status | Definitief Ontwerp |
| Architecten | Ronald Knappers, Thomas Gillet |
| Medewerkers | Anneloes Visscher-van der Meer |
| Opdrachtgever(s) | Nationale Vastgoed Groep |
Het stedenbouwkundige plan voorziet waar mogelijk/noodzakelijk in bouwkundige ingrepen, maar zegt vooral veel over de kwaliteit van de openbare ruimte. De kenmerkende eigenschappen van Zeist worden ook in het centrum doorgevoerd en zichtbaar gemaakt. Zo zal onder andere meer groen in het kernwinkelgebied worden aangebracht en zullen de gevels van de monumentale panden in overleg met de winkeliers zoveel mogelijk weer in oude luister worden hersteld. Het stedenbouwkundig plan definieert mogelijkheden voor realisatie van drie verschillende winkelsferen. In combinatie met het autovrij maken van het gebied ontstaat een compact kernwinkelgebied met hoge verblijfskwaliteit.
De bouwkundige ingrepen bestaan uit de revitalisering van het kernwinkelgebied van Zeist, alsmede de herontwikkeling van de bestaande bibliotheek en muziekschool. Daar waar voorgaande plannen uitgingen van de sloop en nieuwbouw van de bestaande bibliotheek en muziekschool, heeft VVKH ingezet op hergebruik/herbestemming van het bestaande gebouw ‘de Klinker’. Het gebouw is nog geen 30 jaar oud en afgezien van het gesloten karakter, functioneert het goed. Uitgangspunt bij de herbestemming is het situeren van winkelruimtes op de begane grond, dit is constructief mogelijk. In totaal wordt 3.750 m2 winkelruimte toegevoegd, waarvan 2.600 m2 nieuw.
De bibliotheek krijgt binnen de ‘Klinker-locatie’ een nieuwe plek. Op de verdiepingen worden 58 appartementen gerealiseerd. Hergebruik/herbestemming van het bestaande gebouw is niet alleen duurzaam, het levert ook een grote kostenbesparing op. Dit wordt ingezet ter verbetering van de openbare ruimte van het kernwinkelgebied.
De uitbreiding van het wijkwinkelcentrum Alexandrium bestaat uit 35.000 m² megastores (Alexandrium II) en 65.000m² overdekte mall met woonwinkels, horeca en andere ontspanningsmogelijkheden (Alexandrium III). De opdracht is na het winnend afsluiten van een prijsvraag samen met projectontwikkelaar MAB in twee fasen gerealiseerd. Belangrijk aspect voor het winnend afsluiten van de prijsvraag was onder andere het handhaven, renoveren en integreren van het op de locatie aanwezige, voormalig Polderhuis. Het staat nu als het ware in de etalage van het winkelcentrum.
Alexandrium II een monument? Hieronder een film van RTV Rijnmond over de iconische architectuur van Alexandrium II.
In de drie woontorens in Roomburg zijn 114 ruime koopappartementen van 150 m2 ondergebracht. Tevens is een ondergrondse parkeergarage gerealiseerd. De appartementen voldoen aan de door de gemeente Leiden geformuleerde ambities voor deze uitbreidingswijk ten aanzien van duurzaam bouwen. Bovenop het Nationaal Pakket Duurzaam Bouwen diende een plusniveau te worden gehaald. Ondanks de toepassing van stadsverwarming is een EPC < 0,6 gerealiseerd.
In 2014 is in het kader van de Herijkingsagenda van de TU Delft de huisvesting voor het TU Delft Process Technology Institute gerealiseerd. In deze nieuwe organisatie zijn diverse leerstoelen binnen de afdelingen van zowel de faculteit 3mE als de faculteit TNW ondergebracht. De huisvesting is gerealiseerd binnen de bestaande hal 3 van de faculteit 3mE, een grote industriële hal met sheddaken, en in de aangrenzende kantoorvleugel en een recente uitbreiding aan de Leeghwaterstraat. De totale herinrichting beslaat ca. 3600 m2; circa 2.800 m2 labruimtes, 400 m2 kantoor- en vergaderruimtes, 120 m2 studie- en onderwijsruimtes, en 280 m2 algemene voorzieningen.
In de nieuwe huisvesting profileert het TU Delft Process Technology Institute zich op het gebied van 3 toepassingsgebieden rondom procestechnologie en stromingsleer. Het onderzoek binnen deze gebieden heeft veelal een duurzame kant: het gaat bijvoorbeeld om energiezuinige productieprocessen, afvalverwerking, waterzuivering, en alternatieven voor schaarse grondstoffen. Onderwerpen die niet alleen belangrijk zijn voor de industrie, maar voor de hele samenleving. In de loop der jaren had de organisatie op verschillende plekken binnen de TU een scala aan proefopstellingen verzameld, waarvan eerst uitgezocht moest worden welke nog relevant, toekomstbestendig, veelbelovend, of vergeten en mislukt waren. Een bijzonder complexe puzzel, waarbij de nieuwe huisvesting ook nog eens ruimte moet bieden voor de experimenten van de toekomst. Met een heldere organisatie van ruimtes en installatietechniek, met oog voor brandveiligheid, en met veel geduld is de hele operatie tot een succes gebracht. De nieuwe huisvesting bevordert de samenwerking tussen de betrokken afdelingen, en zorgt ervoor dat het onderzoek ook zichtbaar is voor de hele gemeenschap. De verschillende afdelingen maken gebruik van gedeelde onderzoeksfaciliteiten, een gemeenschappelijk macrolab, waar grote proefopstellingen kunnen worden gebouwd, om de haalbaarheid van industriële toepassingen te testen. Kantoor- en vergaderruimtes zijn geclusterd in de aangrenzende vleugels, die een directe relatie hebben met de onderzoeksruimte. Hier hebben de afdelingen hun eigen werkplekconcept gerealiseerd. Ook is er een aantal studentenwerkplekken gecreëerd binnen de labomgeving, het zogeheten ‘kraaiennest’.
De bouwkundige ingrepen zijn ruim binnen het gestelde budget gerealiseerd. De bijzondere ruimtelijkheid van de oorspronkelijke industriehal geeft het plan extra waarde. Bij verbouwingen binnen een bestaand complex blijkt de impact van het aanpassen van de installaties niet te onderschatten, zowel ruimtelijk als financieel. Dat geldt zeker voor een labomgeving als deze. Veel aandacht is daarom uitgegaan naar het integreren van de installaties in het bouwkundig ontwerp.
Het instituut heeft met de nieuwe huisvesting een herkenbare, transparante en bovenal doelmatige leer- en werkomgeving gekregen. Het gebouw draagt bij aan de aantrekkingskracht van het instituut op studenten. In het nieuwe instituut werken ca. 80 medewerkers en 35 studenten. Daarnaast zijn ca. 100 PhD studenten werkzaam binnen het instituut.