Portiersloge Rhijnhof

Sinds mei 2014 kunnen bezoekers van begraafplaats Rhijnhof terecht in het nieuwe koffie/theehuis bij de ingang van het terrein. Naast wachtruimte, cafetaria heeft het gebouw een vergaderruimte, een informatiedesk en sanitaire voorzieningen. Het gebouw is subtiel op de locatie ingepast. Van binnenuit heeft men zicht op de begraafplaats. Aan de zuidkant is een terras gesitueerd, dat wordt begrensd door een bestaande pergola. De dakrand refereert aan het naastgelegen poortgebouw (ook door VVKH ontworpen). De gevel is gemaakt van een speciaal geëxtrudeerd aluminium profiel met een bijzondere coating. De inrichting is integraal in het ontwerp meegenomen.

Status gerealiseerd 2014
Architecten Ronald Knappers
Medewerkers Mark Verdoold
Gerelateerd

Het cultureel centrum "de Sterrentuin" ligt in het hart van Leiderdorp en vervult een belangrijke wijkfunctie. In het gebouw kun je boeken lenen of leren op de Volksuniversiteit. Maar je kunt er ook terecht om het museum en het theater te bezoeken of uit te gaan naar het Grand Café.  Alle functies zijn vanuit het centrale atrium bereikbaar. De appartementen op de verdiepingen intensiveren het grondgebruik en zorgen voor een bebouwingshoogte die past bij de maat van de stedelijke ruimte.

Het gebouw breekt door zijn afwijkende vorm met de bestaande rechthoekige bebouwing. Het groen van het park loopt door op de hellende daken. Stadspark de Houtkamp wordt er landschappelijker en stedelijker door.

Het complex is in opdracht van Vorm Ontwikkeling ontworpen en gerealiseerd, na winst in december 2005 van een door de gemeente Leiderdorp uitgeschreven prijsvraag voor een nieuw Sociaal Cultureel Centrum (SCC).

fotografie: Roos Aldershoff ©

 

De begraafplaats Rhijnhof in Leiden kampte al lange tijd met een tekort aan kantoorruimte. Tevens was er behoefte om het complex vanaf de weg herkenbaar te maken. Beide wensen zijn vertaald in een nieuw poortgebouw met klokkentoren en pergola. De entreepoort na de brug vormt de toegang naar de laatste rustplaats. Direct aansluitend zijn de kantoren en spreek-, ontvangstruimtes gesitueerd. De bezoeker kan hier via een computerscherm opzoeken wie op welke plek is begraven.

Het gebouw is opgetrokken uit geselecteerd Belgisch leisteen dat op voegloze wijze is verwerkt. Het erboven "zwevende" dak is van beton. Door het bestaande kantoordeel ook met leisteen af te werken is dit volledig in de nieuwbouw geïntegreerd. De nieuwe klokkentoren, waarin twee nog in depot liggende Leidse 17e-eeuwse klokken zijn opgehangen, markeert de bijzondere functie van het gebouw. Het poortgebouw vormt nu een karakteristieke scheiding tussen de buitenwereld en de ingetogen, groene, parkachtige beslotenheid van de begraafplaats van Leiden.

 

fotografie: Roos Aldershoff ©

In 2014 is in het kader van de Herijkingsagenda van de TU Delft de huisvesting voor het TU Delft Process Technology Institute gerealiseerd. In deze nieuwe organisatie zijn diverse leerstoelen binnen de afdelingen van zowel de faculteit 3mE als de faculteit TNW ondergebracht.  De huisvesting is gerealiseerd binnen de bestaande hal 3 van de faculteit 3mE, een grote industriële hal met sheddaken, en in de aangrenzende kantoorvleugel en een recente uitbreiding aan de Leeghwaterstraat. De totale herinrichting beslaat ca. 3600 m2; circa 2.800 m2 labruimtes, 400 m2 kantoor- en vergaderruimtes, 120 m2 studie- en onderwijsruimtes, en 280 m2 algemene voorzieningen.

In de nieuwe huisvesting profileert het TU Delft Process Technology Institute zich op het gebied van 3 toepassingsgebieden rondom procestechnologie en stromingsleer. Het onderzoek binnen deze gebieden heeft veelal een duurzame kant: het gaat bijvoorbeeld om energiezuinige productieprocessen, afvalverwerking, waterzuivering, en alternatieven voor schaarse grondstoffen. Onderwerpen die niet alleen belangrijk zijn voor de industrie, maar voor de hele samenleving. In de loop der jaren had de organisatie op verschillende plekken binnen de TU een scala aan proefopstellingen verzameld, waarvan eerst uitgezocht moest worden welke nog relevant, toekomstbestendig, veelbelovend, of vergeten en mislukt waren. Een bijzonder complexe puzzel, waarbij de nieuwe huisvesting ook nog eens ruimte moet bieden voor de experimenten van de toekomst. Met een heldere organisatie van ruimtes en installatietechniek, met oog voor brandveiligheid, en met veel geduld is de hele operatie tot een succes gebracht.  De nieuwe huisvesting bevordert de samenwerking tussen de betrokken afdelingen, en zorgt ervoor dat het onderzoek ook zichtbaar is voor de hele gemeenschap. De verschillende afdelingen maken gebruik van gedeelde onderzoeksfaciliteiten, een gemeenschappelijk macrolab, waar grote proefopstellingen kunnen worden gebouwd, om de haalbaarheid van industriële toepassingen te testen. Kantoor- en vergaderruimtes zijn geclusterd in de aangrenzende vleugels, die een directe relatie hebben met de onderzoeksruimte. Hier hebben de afdelingen hun eigen werkplekconcept gerealiseerd. Ook is er een aantal studentenwerkplekken gecreëerd binnen de labomgeving, het zogeheten ‘kraaiennest’.

De bouwkundige ingrepen zijn ruim binnen het gestelde budget gerealiseerd. De bijzondere ruimtelijkheid van de oorspronkelijke industriehal geeft het plan extra waarde. Bij verbouwingen binnen een bestaand complex blijkt de impact van het aanpassen van de installaties niet te onderschatten, zowel ruimtelijk als financieel. Dat geldt zeker voor een labomgeving als deze. Veel aandacht is daarom uitgegaan naar het integreren van de installaties in het bouwkundig ontwerp.

Het instituut heeft met de nieuwe huisvesting een herkenbare, transparante en bovenal doelmatige leer- en werkomgeving gekregen. Het gebouw draagt bij aan de aantrekkingskracht van het instituut op studenten. In het nieuwe instituut werken ca. 80 medewerkers en 35 studenten. Daarnaast zijn ca. 100 PhD studenten werkzaam binnen het instituut. 

Aan de oostzijde van Enschede, aan de rand van het centrum ligt het grote wijkwinkelcentrum Miro. Het voormalige winkelcentrum was sterk verouderd en is gefaseerd vervangen door nieuwbouw. Door gefaseerd te slopen en te bouwen konden alle winkels open blijven. De herontwikkeling is april 2014 afgerond.

Het gebouw is compact en duurzaam ontworpen en zorgvuldig in de bestaande situatie ingepast. De gebouwvorm, een komma, zorgt voor goede zichtijnen. Het merendeel van de gevel is van glas. Alle huurders zijn zowel vanaf de promenade als de weg goed zichtbaar. De luifel is sfeervol en fungeert als droogloop bij slecht weer. Reclame is integraal in het ontwerp meegenomen. Onder het spiegelende luifelplafond bevindt zich een gebogen glazen scherm ten behoeve van lichtreclames.

De bestaande ecologische zone aan de oostzijde van het winkelcentrum loopt vloeiend door in het gras-kruidendak van het gebouw. Het groene dak heeft niet alleen een ecologische, maar tevens een warmtedempende functie, waardoor het binnenklimaat ook bij zomerse temperaturen aangenaam is. De daklijn wordt 's avonds geaccentueerd met een ledlijn. Daar waar het dak naar de grond komt wordt de metalen dakrand dikker en is deze geperforeerd met een vlinderpatroon.

De winkelgalerij eindigt aan de oostzijde in een atrium met onder andere een Albert Heijn XL. Het dak van het atrium is voorzien van zonnepanelen, die stroom leveren aan de supermarkt. In de zomer biedt het dak extra natuurlijke ventilatie. Restwarmte wordt hergebruikt om energiekosten laag te houden. Voor de waterhuishouding is eveneens gezocht naar een duurzame oplossing; wateroverlast wordt voorkomen door regenwater binnen het perceel te bufferen, zowel in de waterbergende constructie van het groene dak als in de waterbergende laag van het parkeerterrein.

De openbare ruimte is hoogwaardig ingericht. Parkeren is gratis, direct voor de deur van de winkels.