Parkeergarage LBSP, Leiden

De Universiteit Leiden wil een bovengrondse parkeergarage met 430 parkeerplaatsen bouwen in het Leiden Bio Science Park, en heeft daarvoor een aanbestedingsprocedure gestart. Het team bestaande uit aannemer Goldbeck en Studio VVKH is geselecteerd om de parkeergarage te realiseren.

De hoofddraagconstructie bestaat uit een standaard parkeersysteem van Goldbeck, dat bestaat uit een slanke demontabele staalconstructie. De profielen zijn zelf ontwikkeld, en daardoor uiterst economisch. Door de beperking van materiaalgebruik en doordat alles geprefabriceerd wordt en per trein aangevoerd is het een uiterst duurzame constructie. Bovendien is de complete prefab hoofddraagconstructie van de garage demontabel en dus circulair.

Het gebouw wordt geplaatst in een landschap van kruiden en grassen. De robuuste ruwe plint van baksteenpuin in schanskorven wordt begroeid, en wordt zo onderdeel van het landschap. De lichte bovenwereld wordt gerealiseerd met geanodiseerde aluminium lamellen die haaks op de gevel gemonteerd worden. Haaks gezien is de gevel plezierig transparant waardoor de parkerende bezoeker zich veilig voelt. Op de platte zijden van de lamellen is met een zeefdruk techniek een afbeelding van een Hollands landschap aangebracht. Die afbeelding bestaat uit een rietkraag, waarin soms een vosje of een konijn zit, of waaruit soms een roerdomp of een andere vogel opvliegt. De geprinte afbeelding zie je niet wanneer je de gevel haaks aanschouwt, maar als je de gevel overhoeks bekijkt dan sluit hij zich en verschijnt als een verrassing een omgekeerd “panorama Mesdag”. Op het dak van de garage wordt een landschap gemaakt met PV panelen en uitbundig groen.

 

Status in uitvoering
Architecten Gerrit-Jan van Rijswijk
Opdrachtgever(s) Universiteit Leiden
Gerelateerd

In het centrum van Rotterdam staat een gedateerde parkeergarage. We hebben een voorstel gedaan om het gebouw meer uitstraling te geven en toegankelijker te maken. Door de inrit anders te organiseren is het mogelijk om op de begane grond een dubbelhoge winkel toe te voegen. Het gebouw krijgt een nieuwe communicatieve gevel van vertikale lamellen. Op de bovenste verdieping is een restaurant toegevoegd.

Het voormalige artilleriedepot met binnenterrein aan de Paardenmarkt in Delft, een Rijksmonument is volledig gerenoveerd en gerestaureerd. De gebouwen zijn geschikt gemaakt voor bewoning, huisvesting van startende (techniek)bedrijven, horeca, vergaderplekken en parkeren (beperkt). De centrale hof krijgt een prachtige tuin die werkt als openbare ruimte voor de hele binnenstad. Binnen het complex zal dit de plek zijn waar mensen elkaar tegenkomen en elkaar zullen inspireren. 
 

In 2014 is in het kader van de Herijkingsagenda van de TU Delft de huisvesting voor het TU Delft Process Technology Institute gerealiseerd. In deze nieuwe organisatie zijn diverse leerstoelen binnen de afdelingen van zowel de faculteit 3mE als de faculteit TNW ondergebracht.  De huisvesting is gerealiseerd binnen de bestaande hal 3 van de faculteit 3mE, een grote industriële hal met sheddaken, en in de aangrenzende kantoorvleugel en een recente uitbreiding aan de Leeghwaterstraat. De totale herinrichting beslaat ca. 3600 m2; circa 2.800 m2 labruimtes, 400 m2 kantoor- en vergaderruimtes, 120 m2 studie- en onderwijsruimtes, en 280 m2 algemene voorzieningen.

In de nieuwe huisvesting profileert het TU Delft Process Technology Institute zich op het gebied van 3 toepassingsgebieden rondom procestechnologie en stromingsleer. Het onderzoek binnen deze gebieden heeft veelal een duurzame kant: het gaat bijvoorbeeld om energiezuinige productieprocessen, afvalverwerking, waterzuivering, en alternatieven voor schaarse grondstoffen. Onderwerpen die niet alleen belangrijk zijn voor de industrie, maar voor de hele samenleving. In de loop der jaren had de organisatie op verschillende plekken binnen de TU een scala aan proefopstellingen verzameld, waarvan eerst uitgezocht moest worden welke nog relevant, toekomstbestendig, veelbelovend, of vergeten en mislukt waren. Een bijzonder complexe puzzel, waarbij de nieuwe huisvesting ook nog eens ruimte moet bieden voor de experimenten van de toekomst. Met een heldere organisatie van ruimtes en installatietechniek, met oog voor brandveiligheid, en met veel geduld is de hele operatie tot een succes gebracht.  De nieuwe huisvesting bevordert de samenwerking tussen de betrokken afdelingen, en zorgt ervoor dat het onderzoek ook zichtbaar is voor de hele gemeenschap. De verschillende afdelingen maken gebruik van gedeelde onderzoeksfaciliteiten, een gemeenschappelijk macrolab, waar grote proefopstellingen kunnen worden gebouwd, om de haalbaarheid van industriële toepassingen te testen. Kantoor- en vergaderruimtes zijn geclusterd in de aangrenzende vleugels, die een directe relatie hebben met de onderzoeksruimte. Hier hebben de afdelingen hun eigen werkplekconcept gerealiseerd. Ook is er een aantal studentenwerkplekken gecreëerd binnen de labomgeving, het zogeheten ‘kraaiennest’.

De bouwkundige ingrepen zijn ruim binnen het gestelde budget gerealiseerd. De bijzondere ruimtelijkheid van de oorspronkelijke industriehal geeft het plan extra waarde. Bij verbouwingen binnen een bestaand complex blijkt de impact van het aanpassen van de installaties niet te onderschatten, zowel ruimtelijk als financieel. Dat geldt zeker voor een labomgeving als deze. Veel aandacht is daarom uitgegaan naar het integreren van de installaties in het bouwkundig ontwerp.

Het instituut heeft met de nieuwe huisvesting een herkenbare, transparante en bovenal doelmatige leer- en werkomgeving gekregen. Het gebouw draagt bij aan de aantrekkingskracht van het instituut op studenten. In het nieuwe instituut werken ca. 80 medewerkers en 35 studenten. Daarnaast zijn ca. 100 PhD studenten werkzaam binnen het instituut. 

De begraafplaats Rhijnhof in Leiden kampte al lange tijd met een tekort aan kantoorruimte. Tevens was er behoefte om het complex vanaf de weg herkenbaar te maken. Beide wensen zijn vertaald in een nieuw poortgebouw met klokkentoren en pergola. De entreepoort na de brug vormt de toegang naar de laatste rustplaats. Direct aansluitend zijn de kantoren en spreek-, ontvangstruimtes gesitueerd. De bezoeker kan hier via een computerscherm opzoeken wie op welke plek is begraven.

Het gebouw is opgetrokken uit geselecteerd Belgisch leisteen dat op voegloze wijze is verwerkt. Het erboven "zwevende" dak is van beton. Door het bestaande kantoordeel ook met leisteen af te werken is dit volledig in de nieuwbouw geïntegreerd. De nieuwe klokkentoren, waarin twee nog in depot liggende Leidse 17e-eeuwse klokken zijn opgehangen, markeert de bijzondere functie van het gebouw. Het poortgebouw vormt nu een karakteristieke scheiding tussen de buitenwereld en de ingetogen, groene, parkachtige beslotenheid van de begraafplaats van Leiden.

 

fotografie: Roos Aldershoff ©